Jeugdwerkloosheid: stages en leer-werkplekken zijn geen banen

"U bent toch voor een andere kandidaat gegaan? Nee, ik snap het..." Foto: Vera Kratochvil

“U bent toch voor een andere kandidaat gegaan? Nee, ik snap het…”
Foto: Vera Kratochvil

De jeugdwerkloosheid stijgt hard. Vorige maand meldde het CBS dat 15 procent van de jongeren momenteel zonder werk zit. In de werkelijkheid is het probleem nog veel groter, want verborgen jeugdwerkloosheid wordt (de naam zegt het al) niet meegenomen in de statistieken. D66 wil dat het kabinet 100 miljoen euro extra uittrekt om het probleem aan te pakken. Dat klinkt mooi, maar met de plannen die de partij heeft voor de besteding, zal menig jongere weinig opschieten.

Laat ik beginnen met een bekentenis. Ik ben voor 30 tot 50 procent werkloos. Ik heb namelijk wel een baan, een vast contract zelfs, maar dat biedt mij slechts 20 uur werk per week. Terwijl ik wél graag meer zou willen werken. Daarmee val ik niet onder die 15 procent jeugdwerkloosheid. Net zomin als jongeren met onzekere tijdelijke contracten, uitzendkrachten, studenten die liever al waren gaan werken en andere jongeren met kleine contracten die liever fulltime aan de slag zouden gaan.

Dit alles om te zeggen dat ik me, ondanks mijn betaalde vaste baan, toch verbonden voel met het nieuws over jeugdwerkloosheid. En daarom schiet het nieuws dat D66 100 miljoen euro extra uit wil trekken voor het creëeren van stages en leer-werkplekken mij in het verkeerde keelgat. Er is ongetwijfeld een deel van de werkloze jongeren dat hier iets aan heeft, maar het pakt het echte probleem niet aan. Stages en leer-werkplekken zijn namelijk geen banen. Ze houden je van de straat, je doet er ervaring mee op, maar je wordt slecht betaald en na afloop van het traject sta je weer op straat. Je kunt dus nog zoveel stages hebben gelopen of leer-werkplekken hebben gekregen, als er geen betaalde baan uit voortvloeit, heb je er nog niks aan. En die banen, daar ontbreekt het juist aan. Het zou beter zijn om daar eens 100 miljoen euro in te steken.

Stages en leer-werkplekken kunnen voor jeugdwerkloosheid hetzelfde worden als papierprikken en sneeuwruimen is voor mensen in de bijstand: tewerkstelling, in plaats van een opstap naar een betaalde baan. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

5 gedachten over “Jeugdwerkloosheid: stages en leer-werkplekken zijn geen banen

    • Dank je! Ik was ook wel benieuwd naar de cijfers, dus ben eens gaan zoeken. Het meest recente onderzoek wat ik kon vinden is de stagemonitor 2012 van Studentenbureau.

      Volgens de monitor krijgt bijna de helft (47 procent) van de studenten een baan aangeboden na een stage. Dat klinkt heel mooi, maar meer dan de helft van de studenten (51 procent) neemt de baan niet aan omdat het vaak om oninteressante werkzaamheden met weinig doorgroeimogelijkheden gaat (de stagemonitor 2011 zegt dat de aangeboden baan vaak een bijbaan is – het lijkt erop dat dat ook nu nog het geval is).

        • Is het niet zo dat stages en leer-werkplekken meer nut hebben voor lager opgeleide of ongediplomeerde jongeren? Ik weet niet hoe het met de cijfers zit, of zij ook de groep met de hoogste werkloosheidcijfers zijn? Volgens mij zijn zij wel de groep jongeren die de grootste kans lopen blijvend in de bijstand te geraken dan de hoger opgeleide jongeren waar je reactie over lijkt te gaan (maar corrigeer me als ik je verkeerd begrijp!)

          Late reactie trouwens, ik kwam hier terecht via een link op FB, zag iets over de lizzie bennett diaries, en ben wat verder gaan lezen ;)

          • Hoi! Je hebt gelijk hoor, mijn stuk bekijkt het probleem vooral vanuit de hoger opgeleide werkloze. Daarom schrijf ik in mijn stuk ook dat er “ongetwijfeld een deel van de werkloze jongeren [is] dat hier iets aan heeft”. Maar ook voor deze jongeren geldt dat honderd stages en leer-werkplekken ze niet aan een baan gaan helpen als er simpelweg geen banen zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *